Met de eerste verslaglegging van de resultaten van de WO-monitor (ROA, 1999) is een mijlpaal bereikt in het Nederlandse onderwijs- en arbeidsmarktonderzoek. Voor het eerst beschikken we over een het gehele onderwijssysteem dekkend overzicht van de posities en bestemmingen van schoolverlaters op de arbeidsmarkt. Opleidingen kunnen nu systematisch worden vergeleken op hoe het hun leerlingen na afloop vergaat. Deze arbeidsmarktpositie is deel van het ''civiele effect'' van opleidingen en geldt daarmee een belangrijke kwaliteitsmaatstaf voor de scholen. Uiteraard moet, net als in het op de leerprestaties gerichte schoolvergelijkend onderzoek (Dronkers 1998; Bosker en Scheerens 1999), bij de interpretaties rekening worden gehouden met verschillen in instroomkenmerken tussen de scholen en uiteraard tevens met regionale en sectorale arbeidsmarktomstandigheden (voor voorbeelden, zie Bosker, Van der Velden en Van de Loo, 1997; Van der Velden en Wolbers, 1999a; Allen, Ramaekers en Verbeek, nog te verschijnen). Maar dat laat onverlet dat de systematische monitoring van arbeidsmarktposities met zich meebrengt dat scholen zich ook op dit terrein niet aan een verantwoordingsplicht kunnen onttrekken.
Download Info
To download:
If you experience problems downloading a file, check if you have the
proper application to
view it first. Information about this may be contained
in the File-Format links below. In case of further problems read
the IDEAS help
file. Note that these files are not on the IDEAS
site. Please be patient as the files may be large.
Publisher Info
Paper provided by Maastricht : ROA, Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt in its series Working Papers with number
003.